Nieuws

Campus logistics: van centrale goederenontvangst naar het juiste gebouw

Campus logistics: medewerkers sorteren pakketten en verdelen ze over rolcontainers bij een centrale goederenontvangst.

Campus logistics gaat over de goederenstromen op een terrein met meerdere gebouwen. Voor uw facilitaire organisatie is de verdeling van centraal ontvangen pakketten een concrete toepassing. Leveranciers bezorgen bij de goederenontvangst, terwijl medewerkers hun bestelling in een ander gebouw nodig hebben. Hoe organiseert u dat vervolgtransport met RoboVans, en waar eindigt de bezorging?

Maak daarvoor onderscheid tussen drie stappen: ontvangst op de campus, vervoer naar het bestemmingsgebouw en verspreiding binnen dat gebouw. Koppel aan elke stap een verantwoordelijke en een herkenbare bestemming. Zo kunt u gericht beoordelen welk deel van het vervoer voor automatisering in aanmerking komt.

Van afleveradres naar gebouw en afdeling

Het adres op een leverancierszending kan verwijzen naar uw centrale ontvangstpunt. Voor de interne bezorging heeft u aanvullende gegevens nodig. Een gebouwnaam alleen is bijvoorbeeld onvoldoende wanneer dat gebouw meerdere ingangen en ontvangstpunten heeft.

Leg voor uw eigen verdeling drie bestemmingen vast:

  • Het centrale ontvangstpunt: waar de externe vervoerder de zending afgeeft.
  • Het afleverpunt bij het gebouw: de afgesproken ingang of losplaats voor het campusvervoer.
  • De interne ontvanger: de afdeling of medewerker voor wie de goederen bestemd zijn.

Koppel die gegevens aan dezelfde zendingsreferentie. Dan blijft duidelijk welke pakketten bij elkaar horen, ook wanneer een bestelling uit meerdere dozen bestaat. Laat een ontbrekende gebouw- of afdelingsvermelding eerst uitzoeken bij de goederenontvangst. Anders verplaatst u een onduidelijke bestemming naar een volgend ontvangstpunt.

Campus logistics in de praktijk: centrale ontvangst bij de UT

De Universiteit Twente beschrijft een herkenbare verdeling van dit werk. De centrale goederenontvangst ontvangt en registreert werkgerelateerde non-foodzendingen. Goederen worden per gebouw gebundeld en bezorgd. Vervolgens verzorgen interne diensten de verspreiding binnen de gebouwen.

Dit voorbeeld laat zien hoe centrale ontvangst en gebouwdistributie op elkaar aansluiten. Het is geen RoboVan-klantcase. Voor uw eigen campus kunt u dezelfde processtappen gebruiken om de vervoersvraag af te bakenen.

Maak zichtbaar waar de zending zich bevindt

Gebruik bij het inrichten van uw proces een beperkt aantal duidelijk omschreven statussen. Bijvoorbeeld: centraal ontvangen, klaar voor gebouwtransport, overgedragen bij het gebouw en intern uitgeleverd. Spreek af welke handeling een status verandert en wie dat vastlegt.

Daarbij verdient de bevestiging aan de besteller aandacht. Een pakket dat centraal is ontvangen, ligt mogelijk nog niet op de afdeling. Vermeld daarom ook de locatie bij een ontvangstmelding. Geef de facilitaire dienst toegang tot de informatie die nodig is om een zending terug te vinden.

Leg ook vast wat er gebeurt bij een gesloten ontvangstpunt of een onduidelijke bestemming. Wordt de zending teruggenomen, op een afgesproken plek afgegeven of opnieuw aangeboden? Met een vaste afspraak voorkomt u dat iedere medewerker zelf een oplossing moet bedenken.

Waar past een RoboVan in het campusvervoer?

Een mogelijke inzet voor RoboVans is het vervoer van de centrale goederenontvangst naar een afgesproken afleverpunt bij een ander gebouw. Denk aan gewone pakketten en facilitaire non-foodbenodigdheden die nu met een bemande rit worden overgebracht. Dat traject vormt een afzonderlijke transporttaak binnen uw campus logistics.

De bezorggrens moet daarbij concreet zijn. Wanneer u afspreekt dat de rit eindigt bij de goederenontvangst van een gebouw, organiseert de ontvangende dienst het vervolg naar afdelingen en verdiepingen. Levering tot aan een bureau volgt niet automatisch uit de inzet van een zelfrijdend voertuig.

Onderzoek daarnaast hoe de goederen worden geladen en overgenomen. Werkt uw centrale ontvangst met rolcontainers, dan moet de geschiktheid daarvan voor het gekozen voertuig worden gecontroleerd. Afmetingen, belading en de overdracht horen bij die beoordeling. Ga niet vooraf uit van automatisch laden of lossen. In onze uitleg over robotisering in de logistiek leest u meer over de taken rond een RoboVan-rit.

Campus logistics testen op een afgebakend terrein

Voor Nederlandse pilots richt PuraMobi zich op één goederenstroom op een afgesloten bedrijfsterrein. Een campus kan ook openbaar toegankelijke wegen en paden hebben. Daarom moet voor de gekozen verbinding afzonderlijk worden beoordeeld of deze binnen de pilotafbakening past. De naam campus zegt op zichzelf niets over de geschiktheid of toestemming voor autonome inzet.

Kies voor een eerste onderzoek één verbinding tussen de centrale ontvangst en een gebouw. Neem de bestaande werkwijze als uitgangspunt en volg zendingen tot het afgesproken eindpunt. Beoordeel bijvoorbeeld:

  • Of de bestemming bij binnenkomst volledig en juist bekend is.
  • Of alle bij elkaar horende pakketten het juiste gebouw bereiken.
  • Hoe lang goederen na aankomst op overname wachten.
  • Of de ontvangende dienst de verdere verspreiding kan uitvoeren.

Deze controles maken zichtbaar of het gebouwtransport aansluit op de rest van het proces. Bespreek vooraf hoe afwijkingen worden geregistreerd en wie ze opvolgt. Op de pagina autonome logistiek vindt u de uitgangspunten voor onze Nederlandse pilotaanpak.

Bespreek uw campusvervoer met PuraMobi

PuraMobi kijkt als fleetconsultant naar het voertuig, digitaal vlootbeheer en de organisatie van het vervoer. Voor campusdistributie betekent dat: de verbinding tussen centrale ontvangst en gebouw koppelen aan duidelijke afspraken over bestemming en overname.

Wilt u onderzoeken of een RoboVan bij uw goederenstroom past? Bespreek uw toepassing met PuraMobi. Neem een overzicht mee van het ontvangstpunt, de bestemmingsgebouwen en de goederen die u daartussen vervoert. Daarmee kunnen we samen een concrete toepassing afbakenen.